Three Translated Ester Naomi Perquin Poems

By | 1 November 2016

Image courtesy of David Colmer

Ester Naomi Perquin (1980 —) is a prize-winning Dutch poet. The Hunger in Plain View, her first collection in English, will be published in early 2017 by White Pine Press (USA). Perquin put herself through writing school by working in the Dutch prison service, and this experience informs her poetry, particularly the 2012 collection Cell Inspections from which these three poems are drawn. The work is colloquial but crafted, and the challenge for the translator is trying to maintain both these aspects as well as the clarity and individuality of the poems’ diverse voices. At times it was necessary to let Perquin’s rhymes fall by the wayside, as they would have been too obtrusive in translation and weren’t defining enough to justify major deviation from the original. Fortunately the poems have enough depth and originality to work in English despite such occasional losses.

Within Limitations

You get used to your format. Walls built up out of patience, the height of the ceiling with peculiar stains, a sticky floor, your unstoppable breath feels out the room and rebounds, in the dark your hands know where to find the switch, your cigarettes, know how to move, you get used to smoking in the dark, the visions of your sons still the most intense, them riding round on bikes with flat tires, wielding tools nobody explains, drawing a bead on the wrong birds, scraping their cheeks raw with your blunt razor. You get used to it. Under the blankets your wife tosses and turns herself naked, you feel her next to you, stretched out life-size, and try to touch her, you get used to a body nobody ever caresses and more and more lost, you circle her, difficult to console. You get used to the view like you get used to a story, the one who read it to you, almost asleep, years ago now, the point mostly escaped you, and it’s not the only thing you’ve forgotten and you get used to the afterimage that is left: thieves leap out and start singing, and there’s a man with a scythe, a woman in a tower, arms spread as if waiting to fall but she’s waiting of her own free will, smiling. You get used to it. There being some intrepid someone who will later come to rescue her, defeating the thieves and mowing down the man with the scythe. You get used to the tendency to call her in. To remaining hesitant at first, then your habits, a stripe of light on the sheets, the iron door, the leaking faucet, the cigarette burns in the curtains, your nude and accommodating posters, the all-seeing head that bends at night, the breath of justice, other men talking and distant music, the way things start to creak, the slow departure of steps down the corridor, you get used to being afraid, your complete nakedness, sperm on your hand, slug that you are, you get used to turning things over, to the pointless breathless never-ending constant, you get used to the constant thinking.

Binnen Beperkingen

Je went aan je formaat. De muren gestapeld uit geduld, de hoogte
van het plafond met merkwaardige vlekken, een plakkende vloer,
onverstoorbaar tast je adem ruimte af en slaat weer terug, je handen
weten in het donker waar de schakelaar, je sigaretten, weten hoe
zich te bewegen, je went aan roken in het donker, ziet je zoons nog
het hevigst, ze fietsen rond op lekke banden, hanteren gereedschap
dat niemand ze toelicht, schieten op verkeerde vogels, schrapen
met je botte mes hun wangen rauw. Je went. Onder de dekens
woelt je vrouw zich bloot, je voelt haar naast je, uitgestrekt
op ware grootte, probeert haar aan te raken, went aan een lichaam
dat niemand nog aait en jij meer en meer dwalend rondom haar,
lastig te troosten. Je went aan het uitzicht als aan een verhaal, aan wie
het je heeft voorgelezen, toen al bijna in slaap, toen al jaren geleden,
de strekking is je goeddeels ontgaan, zoals je wel meer bent vergeten
en je went aan het nabeeld dat is ontstaan: rovers springen te voorschijn
en zingen, er is een man met een zeis, een vrouw op de toren, de armen
gespreid alsof ze wacht om te vallen maar toch wacht ze vrijwillig,
ze lacht. Je went eraan. Dat er iemand zal zijn die haar straks
onverschrokken komt redden, de rovers verslaat en de man met de zeis
neer laat maaien. Je went aan de neiging haar binnen te halen. Aan
eerst aarzelend blijven, dan je gewoonten, een band met het licht
op de lakens, de ijzeren deur, de lekkende kraan, de brandgaten
in de gordijnen, je posters naakt en gewillig, het alziende hoofd
dat zich buigt als het nacht is, de adem van rechtvaardigheid, aan
andermans praten en verre muziek, hoe de dingen dan gaan kraken,
het langzaam verlaten van een stap op de gang, aan het bang zijn
wen je, je volledige naaktheid, zaad in je hand, slak die je bent,
aan het malende wen je, aan het nutteloze ademloze almaar
doorgaande, aan het doorgaande denken raak je gewend.


This entry was posted in TRANSLATIONS and tagged , . Bookmark the permalink.

Related work: